Tweemaal prijs

Begin dit jaar kondigde de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde aan dat ze ook albums zou gaan uitgeven. Aangezien de Stripgilde geen winstoogmerk heeft zou men de percentages die normaal op de verkoop van een strip worden verdeeld, 35 à 42% voor de uitgever en 10% voor de stripmaker(s) kunnen omdraaien. De stripmaker krijgt 35 à 42% en Stripgilde 10% voor administratieve kosten. Dat is goed nieuws voor goede mensen, maar misschien kan u dat aan uw reet roesten en dat is uw goed recht. Het gaat voor de lezer immers om de albums, nietwaar?

Door Peter Moerenhout

Midgard nr. 1: De inval/De aanval- Steven Dupré

images/stories/Eerste_lichting_Stripgilde_01.jpgSteven Dupré is een rot die niet oud genoeg is om “oud” genoemd te worden maar wel al genoeg werk op zijn naam staan heeft om een klinkende naam te zijn. Dupré liep al lang met het verhaal van “Midgard” rond. In eerste instantie was het bedoeld voor een tekenfilm. Dat ging niet door dus daar is nu de strip.

De tekenstijl van Dupré is prachtig om te zien en doet denken aan de school waar ook Jan Bosschaert op de banken heeft gezeten. Zijn inzicht in het medium is eveneens iets wat het opmerken waardig is. Vikingen, priesters en ruimtewezen krijgen bijvoorbeeld een ander lettertype in hun tekstballons.

En we mogen ons gelukkig prijzen want het is een pareltje geworden. “Midgard” draait rond een ruimtewezen dat in de tijd van de Vikingen op de aarde landt. In dit eerste deel worden tal van personages geïntroduceerd die, en dat is niet altijd zo vanzelfsprekend, een eigen stem en karakterisatie meekrijgen.
Mede verantwoordelijk daarvoor zijn de vloeiende, en somtijds hilarische dialogen. Dupré draait er zijn hand niet voor om om vrij bruut geweld te mixen met humor. Iets wat me af en toe zelfs aan Goscinny en Arleston deed denken. En iedereen die het woord “rapalje” kan gebruiken zonder dat het geforceerd overkomt heeft een streepje voor op de rest, me dunkt.
Wat ook bijdraagt aan de personages zijn de onnavolgbare karakterkoppen die Dupré zijn ze meegeeft. Zijn figuren zien eruit als echte mensen, niet als lingeriemodellen en dat helpt dan weer met de, oh zo belangrijke, identificatie van de lezer.images/stories/Eerste_lichting_Stripgilde_02.jpg
Je kunt het boek langs twee kanten beginnen lezen en kiezen of je eerst de exploten van het ruimtewezen of eerst die van de Vikingen tot u neemt. Op het einde van elk verhaal komen de exploten van beiden naadloos samen in plaats en tijd. Het is dus zeker geen gimmick om de reeks op die manier te openen. Het is eens iets anders ook dan flashbacks en dergelijke om de lezers op de hoogte te brengen van de voorgeschiedenis van belangrijke personages.
De tekenstijl van Dupré is prachtig om te zien en doet denken aan de school waar ook Jan Bosschaert op de banken heeft gezeten. Zijn inzicht in het medium is eveneens iets wat het opmerken waardig is. Vikingen, priesters en ruimtewezen krijgen bijvoorbeeld een ander lettertype in hun tekstballons. “Een detail” zou men denken, maar niets is minder waar. Het draagt enorm veel bij aan de leeservaring.
Het boek werd uitgewerkt in grijswaarden en ook daar wordt iets mee gedaan. Het kan uiteraard toeval zijn, maar dan wel van een gelukkige aard, maar middels de inkleuring krijgen beide delen een andere sfeer. Het deel van de Vikingen is donker terwijl het sci-fi deel opvallend lichter is.
Voorts gebruikt Dupré tal van grafische hulpmiddeltjes om de vaart in de strip te houden, manga-achtige snelheidslijntjes, overgangen tussen scènes of locaties door bijvoorbeeld de vlucht van een vogel te volgen in plaats van het geijkte “Ondertussen, ergens anders” in een kadertje, enzovoort.
Een klein minpuntje is dat de plaatsing van de tekst in de ballons soms wat raar aanvoelt. Te vierkante blokken tekst in een ronde ballon. Ik hoor andere stripmakers een zucht van verlichting slaken. Het is immers moeilijk opboksen tegen een strip met zo weinig minpunten.

 

Ooit – Marc Legendre & Kristof Spaey

images/stories/Eerste_lichting_Stripgilde_05.jpgOoit” is het derde deel van een ensemblethriller zonder weerga. Voor u aan dit deel begint wil ik u echter wel aanraden om “Misschien” en “Nooit”, de voorgangers, eens te lezen. De plot is er immers geen om zonder handschoenen aan te pakken.
Daar zijn wel meteen al aangekomen bij het sterkste aspect van deze strip, naast de tekeningen dan: de plot. Dezelfde gebeurtenissen worden in elk van de drie delen bekeken door een ander personage. Geen nieuw gegeven maar één dat in deze trilogie met gusto wordt uitgewerkt. U zult met plezier lezen. En herlezen.
Schrijver Legendre gebruikt vele film-noir achtige denkkaders met inwendige monologen voor de personages. Die zijn nogal filosofisch van aard en hoewel me dat soms stoort wegens “niet bij het personage passend” zijn deze hier goed uitgewerkt.

Kristof Spaey levert het beste werk uit zijn carrière. We kunnen onomwonden zeggen dat hij van zijn generatie de koploper in de realistische tekenstijl lijkt te worden.

Wat ik wel storend vond waren vele Hollands aandoende scheldwoorden en uitdrukkingen die gebruikt worden: “wijfie”, “kankertyfus” “tering dit -of dat”. Die komen te gekunsteld en onrealistisch over. Wat is er mis met “smeerlap” of “klootzak”? Af en toe schakelen de personages ook over op een zinnetje Engels, waarschijnlijk om het geheel realistischer te doen uitkomen maar dat werkt eerlijk gezegd omgekeerd. Doch dat zijn kleine blamen op een anders mooi blazoen.
Kristof Spaey levert het beste werk uit zijn carrière. We kunnen onomwonden zeggen dat hij van zijn generatie de koploper in de realistische tekenstijl lijkt te worden. Hij goochelt in deze strip met cadrage en camerastandpunten dat het een aard heeft. Nooit gratuit en steeds sfeerondersteunend.images/stories/Eerste_lichting_Stripgilde_06.jpg
Spaey, gekend van zijn spel met licht en donker, laat zich nu bijstaan door Michael Birkhofer. Birkhofer nam de inkleuring voor zijn rekening. En ook dit is een pluspunt. Birkhofer verstaat de kunst om tekeningen door inkleuring te verbeteren. Zijn kleuren staan in dienst van de tekeningen en niet andersom.
Een aanrader voor wie van het misdaadgenre houdt. En diegenen die niet van dat genre houden zullen na lezing van deze strip hun voorkeuren nog moeten bijstellen.

Of de formule van Stripgilde werkt zal nog moeten blijken in de toekomst. Te veel dingen zijn momenteel nog niet duidelijk. Hoe werkt de rolverdeling bijvoorbeeld? Voert de uitgever promotie of de stripmaker zelf?
De stripmakers moeten vooralsnog ook zelf de printkosten betalen. Stripgilde heeft daar de fondsen niet voor en dat is begrijpelijk, maar bij een minder dan verwachte verkoop kan de auteur dus mogelijks op enkele blaren zitten. Voor mindere namen is deze manier van uitgeven dus waarschijnlijk nog geen optie.
Aan de andere kant blijkt uit de instap in het systeem van Legendre, Spaey en Dupré, drie grote heren, dat men hier weldegelijk met een op een goed plan berustende uitgeefwijze te maken heeft. En sowieso is het striplandschap enkele magnifieke strips rijker. Dat we er content mee zijn.

Midgard nr. 1: De inval/De aanval | Steven Dupré | Stripgilde | SC –  €14,99

Ooit | Tekst: Marc Legendre | Tekeningen: Kristof Spaey | SC – €9,99

Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Een beetje overdreven niet? Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn: http://petermoerenhout.be/

Share →

Geef een reactie

Logo De LijnMet het openbaar vervoer is 't Vlaams Stripcentrum vlot bereikbaar. Klik op de titel of de afbeelding om naar de routeplanner te gaan.
Lidgeld betalen online? Het kan hier.

Lidgeld betalen online? Het kan hier.