Scenario: Yann

Tekeningen: Philippe Berthet
Poison Ivy, heet ze. Een sterke, sensuele jonge vrouw die, hoewel ze alleen op papier bestaat, menig jongenshart sneller doet kloppen. Zo ook voor het bataljon G.I.’s dat zich ten tijde van de aanval op Pearl Harbour op haar suggestieve (propaganda)stripjes stort. Eén van hen, de jonge Joe, komt gehavend uit de strijd in de Pacific en moet zich na een maandenlange overlevingstocht op een verlaten atol opnieuw leren aanpassen aan de bewoonde wereld. Zijn obsessie voor Poison Ivy’s krachtige persoonlijkheid doet hem twijfelen aan de liefde voor zijn onschuldige vriendin Dottie. Een breuk lijkt onafwendbaar. Maar het verschil tussen Dottie en Poison Ivy blijkt slechts een kwestie van haarkleur…

Pin-Up is een ode aan het verschijnsel pin-up en tevens een hommage aan de legendarische Amerikaanse striptekenaar Milton Caniff, geestesvader van de oorlogsklassieker ‘Terry and the Pirates’. Niet
alleen draagt de tekenaar van Poison Ivy de voornaam van Caniff, ook verwerkten de auteurs van Pin-up elementen van diens leven in de strip. ‘Een toegevoegd realiteitsaspect’ noemen de heren het. Daarnaast hadden
de auteurs voor hun reeks komedies in gedachten van Ernst Lubitsch (‘Angel’, ‘Heaven can wait’ en ‘To be or not to be’) en Mankiewicz (‘The Barefoot Contessa’ en ‘The ghost and Ms. Muir’) en Frank Capra
(‘Mr. Smith goes to Washington’ en ‘It’s a wonderful life’) en wilden ze erotiek en sensualiteit combineren.

Pin-Up is een waanzinnig mooi gestileerde reeks, overgoten met smaakvolle erotiek en sensualiteit, en de heerlijke zwarte humor waar scenarist Yann bekend mee geworden is. Van opwinding naar spanning en terug. Opnieuw en opnieuw.

 

 

“Vergis je niet”, waarschuwde de Belgische scenarist Yann toen in 1994 het eerste deel van Pin-Up op de markt kwam. “Je mag een pin-up nooit verwarren met een vamp. Vamps, dat zijn bijvoorbeeld Rita Hayworth, Greta Garbo en Ava Gardner. We kennen hun doen en laten, ze trouwen met miljonairs en met prinsen, die uiteindelijk ontdekken dat ze hun bed niet delen met hun fantasieën, maar met een gewone meid uit Kansas of Wisconsin. Een pin-up is niet reëel, heeft geen leeftijd, geen rimpels. Vijftig jaar nadat ze voor de kalender heeft geposeerd is ze nog altijd zuivere fantasie, onsterfelijk, perfect tot in de eeuwigheid.”

Tot zover Yann, die voor deze reeks vooral liet weten geïnspireerd te zijn door de pin-ups van de Peruaans-Amerikaanse schilder Alberto Vargas. Ook Betty Page is zowat op iedere pagina aanwezig.

Pin-Up is echter geen zuivere ode aan het verschijnsel pin-up, het is tevens een hommage aan de legendarische Amerikaanse striptekenaar Milton Caniff, geestesvader van de oorlogsklassieker Terry and the Pirates. Niet alleen draagt de tekenaar van Poison Ivy, de papieren heldin in deze reeks, de voornaam van Caniff, de auteurs van Pin-Up verwerkten bovendien elementen van diens leven in de strip. “Een toegevoegd realiteitsaspect”, noemen de heren het zelf. Volgens tekenaar Berthet (De weg naar Selma, Halona, De P.I. van Hollywood…) waren zowel hij als Yann ‘verliefd’ op het werk van Caniff, en was het Yann die enorm veel gegevens verzamelde over het leven van de Amerikaanse auteur.

“We weten bijvoorbeeld dat Caniff gebruikmaakte van modellen en dat hij bezoeken bracht aan het front in gezelschap van zijn beeldschone dames om het moreel van de soldaten op te vijzelen.” Die kennis gaf de auteurs bijvoorbeeld de ruimte om Dottie dichter bij haar gewonde Joe te brengen.

Pin-Up is allesbehalve een zwaarwichtig oorlogsdrama geworden. Integendeel, zegt Yann: “Wat wij voor ogen hadden, waren de komedies uit de jaren veertig van Ernst Lubitsch (Angel, Heaven Can Wait, To Be or Not to Be), Joseph Mankiewicz (A Letter to Three Wives, The Barefoot Contessa, The Ghost and Mrs. Muir) en Frank Capra (Mr. Smith Goes to Washington, It’s a Wonderful Life).

Tijdens hun doorgedreven research besloten ze ook de dubbelzinnigheid van de reclamemechanismen en hollywoodiaanse codes op de korrel te nemen. Berthet: “In het begin van Pin-Up is de blonde de onschuldige heldin, terwijl de donkere uiteraard de sensuele femme fatale moet voorstellen, net als in de films van die tijd. Maar wat gebeurt er wanneer de blonde Dottie haar haren zwart verft om Poison Ivy te worden en wanneer Talullah, de brunette (een vriendin van Dottie, GDW), haar venijn verliest en haar haar laat ontkleuren?”

De propaganda uit die tijd verwerkte hij eveneens in Pin-Up, maar tijdens zijn zoektocht naar documentatie daarover werd hij niet zelden vervuld met afgrijzen. “De bommenwerpers waarop de pin-ups waren geschilderd identificeerde hun toestel met het meisje en gaven haar een voornaam. Die mengeling van mannelijke, militaire, morbide elementen en rood vlees, borsten en billen op moordmachines vind ik tegelijk fascinerend en grappig. Want zodra je er van een beetje afstand naar kijkt, zijn dat soort reclames lachwekkend. G.I.’s laten zich afslachten, op instigatie van heroïsche aanplakbiljetten die ongetwijfeld zijn getekend door bebrilde schrielhannesen die elke avond rustig naar huis gaan.”

Eén vondst, een oorlogsfoto, trof hem in het bijzonder: “Op de achtergrond zie je doodsbange G.I.’s die op het punt staan te landen op een met lijken bezaaid strand dat onder hevig vuur ligt. Op de voorgrond houdt een soldaat een tekening van een pin-up omhoog. En die idioot, die de dood tegemoet gaat, grijnst er nog bij ook.”

Oorspronkelijk moest deze waanzinnig mooi gestileerde reeks, die ondanks het morbide decor vooral een sensuele en humoristische stripreeks werd, een trilogie worden, maar er kwamen al snel meer albums uit de pen van Yann en Berthet. De reeks kreeg ook een spin-off, Poison Ivy, waarin gefocust werd op het jonge leven van een meisje dat opgroeide in de jaren veertig en gered werd door een voodoopriesteres.

Het verhaal

Op 7 december 1941 storten de VS zich in WO II na een desastreuze aanval van de Japanners op Pearl Harbor. In de dagen daarop overleeft een zekere Joe als enige van een groepje G.I.’s een verplicht verblijf op een atol in de Pacific. Maandenlang bestaat zijn gezelschap uit een knap inheems meisje en een eigenaardige man die als een kloek over zijn radiotransmittor waakt, tot de jonge Joe eerder toevallig gered wordt door de Amerikaanse luitenant John Fitzgerald Kennedy.

Maar ook na zijn redding blijft Joe tobben. In al die tijd heeft hij kunnen nadenken over zijn relatie met de stille, onschuldige Dottie, terwijl hij zijn hart verpande aan Poison Ivy, een sterke, sensuele jonge vrouw die, hoewel ze alleen op papier bestaat, menig jongenshart sneller doet kloppen met haar suggestieve (propaganda)stripjes. Een breuk lijkt onafwendbaar. Maar het verschil tussen Dottie en Poison Ivy blijkt slechts een kwestie van haarkleur, want thuis in de VS zoekt ook Dottie haar eigen demonen op…

Bron; De Morgen

Tagged with →  
Share →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Logo De LijnMet het openbaar vervoer is 't Vlaams Stripcentrum vlot bereikbaar. Klik op de titel of de afbeelding om naar de routeplanner te gaan.
Lidgeld betalen online? Het kan hier.

Lidgeld betalen online? Het kan hier.