Uit De Morgen van 7/11/2007 door Geert De Weyer

In een roman heb je soms twee bladzijden nodig om iets te beschrijven, in een strip niet meer dan één tekeningetje. Maar omgekeerd gebeurt het dat tien tekeningen niets zeggen en met één woord of een zin blaas je de lezer omver. Jeroen Brouwers merkte dat op toen hij ‘Finisterre’ in handen kreeg.

Stripauteur Marc Legendre over de impact van zijn graphic novel

Twee jaar geleden leverde hij met het rauwe Finisterre Vlaanderens eerste echte graphic novel af. Met zijn zopas verschenen tweede, Verder genaamd, gaat hij dieper in op de steeds rotter wordende mentaliteit van de media. Niet een van de twee hoofdpersonages is sympathiek, nergens valt er te lachen. ‘Ik hoor dat mensen Verder af en toe opzij moeten leggen omdat het voelt alsof ze met mokerslagen bewerkt worden.’ Door Geert De Weyer
Een originele wenskaart aan de muur van stripauteur Franz, even verderop een origineel van die andere grootmeester Cosey en ergens op een hoog rekje prijkt zijn geesteskind Biebel op een colablik. Verder doet in het kleine, charmante huisje op El Hierro, het kleinste van de Canarische eilanden, nog weinig denken aan het rijke stripverleden van Marc Legendre (50). Begin jaren tachtig was hij even hoofdredacteur van Kuifje, nadien van het ter ziele gegane Suske en Wiske-weekblad. Hij schreef de scenario’s voor Jan Bosschaerts Sam, en leverde als jeugdschrijver enkele Scream Team-boekjes af, alsook het onderschatte Alles gaat voorbij. Maar wellicht zal hij vooral de papa van Biebel blijven, het kwieke, kaalhoofdige dagbladfiguurtje waarin Legendre zijn eigen (kinder)zieltje blootlegde. Het was een gedroomd excuus om zo nu en dan de wereld een trap tegen zijn ene bal te verkopen. Legendre laat zich intussen opvallen door een nieuw soort strips die het midden houden tussen literaire roman en graphic novel. Twee jaar geleden liet hij in Finisterre het verhaal optekenen van een jonge vrouw die tijdens de Balkanoorlog de gruwelijke waarheid ontdekt van haar ogenschijnlijk zachtaardige echtgenoot. Alle mogelijke verteltechnieken, foto’s, kopies, tekeningen en gedichten, lyrics en stukjes literatuur van onder meer Jeroen Brouwers, Hugo Claus of Jacques Brel passeerden de revue. Het bleek een breuk met zowat alles waar de Vlaamse stripscene ooit voor stond. Dit keer vertelt hij in Verder, dat in feite niet meer is dan een langgerekte, indringende dialoog, hoe twee geliefden mekaar op een afgelegen eiland naar het leven staan. Niet voor watjes, wel voor geoefende (strip)lezers die niet bevreesd zijn om het deksel des levens met bruut geweld op hun neus geduwd te krijgen.

Als ik het me goed herinner vond u het vreemd dat de pers Finisterre omschreef als een graphic novel?

“Hm, ja, dat was raar. Finisterre maakte ik zoals ik voelde dat het moest worden gemaakt. Ik bleef platen kapot scheuren en dingen uitproberen tot ik er genoeg van had en besloot: ‘klinkt het niet dan botst het maar.’ Later las ik in de pers dat ik ‘de eerste Vlaamse graphic novel’ had getekend. Natuurlijk kende ik de term, maar omdat Finisterre weinig gemeen heeft met strips als Een deken van sneeuw (Craig Thompson, GdW) of Een contract met God (Will Eisner, GdW) begreep ik niet waar deze etikettering vandaan kwam. Misschien vond ik het niet echt negatief, het gaf mij veeleer een gevoel van ‘lap, het kind moet weer een naam hebben’. Als je zo’n ding maakt, ben je daar niet mee bezig. Je zegt niet: ik ga nog eens een graphic novel maken. Ik lees ook echt alles. Ik kan genieten van Tirza van Arnon Grunberg of De kunst van het reizen van Alain de Botton, maar tegelijkertijd kan ik meevaren op de strips van Dave McKean, Gipi of Manu Larcenet. De enige voorwaarde is dat zowel literaire schrijvers als stripauteurs goed schrijven. Ik vind taal belangrijk, ook in een strip. De stripauteurs die ik net noemde, besteden daar bijna net zo veel aandacht aan als aan hun tekeningen. Ik kan ontzettend genieten van een mooie zin, een rake dialoog, elk woord op zijn plaats.”
Wat u nu maakt is totaal anders dan Biebel. Moet het vanaf nu ‘moeilijk’ zijn voor u?

“Het moet niet moeilijk zijn en het is ook nooit moeilijk. Proberen te begrijpen hoe het kan dat mensen kunnen eten terwijl ze naar het nieuws kijken of luisteren, dát is moeilijk. Ik weet trouwens niet wat je met ‘moeilijk’ bedoelt? Finisterre en Verder vertellen over liefde en haat en het gebrek daaraan. Ik zou dat kunnen doen zoals in Amerikaanse films waarin de boodschap zeven keer herhaald wordt en op het einde nog eens kort samengevat, maar ik heb daar een afschuwelijke hekel aan. Ik ben geen prediker. Is dat moeilijk? Of is het moeilijk dat je andere dingen leest dan dat je ziet? Ik maak graag gebruik van de mogelijkheden die de verschillende ‘talen’ waarmee ik werk mij bieden. De geschreven taal, de gesproken taal, de beeldtaal, je kunt ze elk hun eigen verhaal laten vertellen. Is dat moeilijk? Lees dan eerst het ene verhaal, daarna het andere en dan de twee tegelijk. Dat is toch puur plezier? Een boek dat intrigeert, je niet loslaat en telkens als je het oppakt ontdek je weer iets nieuws. Voor mij is dat genieten. En ik maak dingen waarnaar ik zelf op zoek ga als ik iets wil lezen.”
Verder handelt over de media, maar weet je eigenlijk nog wel wat er in de wereld gebeurt als je op een eiland woont?

“Ik heb een poosje in Italië gezeten, ondertussen woonde ik in Frankrijk, België, Nederland, en nu al een tijdje op de Canarische eilanden. Door het leven dat wij leiden worden we eigenlijk constant omringd door verschillende nationaliteiten. Niet een keertje tijdens een feestje, maar dagelijks. Je hoort, ziet en leest nogal wat over de meest uiteenlopende dingen. En eigenlijk is het overal hetzelfde: de media – en dat mag je gerust ruim zien – winnen geen lezers of luisteraars of kijkers met bijdragen over asielzoekers, om maar één onderwerp te noemen. De Canarische eilanden worden overspoeld door bootvluchtelingen. Voor elke vluchteling die het haalt, verdwijnen er drie in zee. Of meer zelfs, want er bestaan geen exacte cijfers over. Daar liggen niet zo heel veel mensen wakker van, zo blijkt. Maar voor een reeks waarin een groep mensen wordt opgesloten in een villa met als opdracht ‘pest mekaar naar huis’, blijft iedereen thuis. En elke keer als je denkt: dit is een absoluut dieptepunt, komt iemand met een nog goorder idee aanzetten. Maar mijn boeken zijn niet louter een aanklacht. De oorlog in Finisterre en de media in Verder zijn een decor. Wat mij interesseert zijn de mensen.
“Het maakt niet uit waar ik zit. Ik woon nu in een huis met vooraan een onbeperkte uitkijk over de oceaan en achteraan een vrij uitzicht over ongerepte heuvelruggen. Maar als ik werk trek ik mij terug in een achterkamertje zonder vensters. Alles zit in mijn hoofd. Ik ben mijn eerste lezer. Maar afstand helpt wel. Onlangs zag ik op de tv een vrouw die met haar hoofd in een glazen kooi vol ratten werd gestopt. Een spelmaat zat vastgeketend in een soort metalen vogelkooi, enkele meters boven de grond, en moest aartsmoeilijke sommen uit het hoofd maken. Bij elk fout antwoord kwam er een rat bij in de kooi. Zoiets noemt men in Spanje ‘een spelprogramma’, in België ‘een ziekelijke vertoning’, hoop ik.”
In Verder gaat u ook echt verder dan ooit iemand in ons taalgebied gegaan is.

“Ik weet niet of ik verder ga. De manier waarop ik Finisterre gemaakt heb, was niet toepasbaar op Verder. Finisterre vertelt één verhaal, in Verder zitten meerdere lagen. Finisterre had iets ‘rustigs’ in vergelijking met Verder, waarin het lijkt alsof je terecht gekomen bent in een beeldenstorm. Finisterre kon je in één ruk uitlezen, nu hoor ik dat mensen Verder af en toe opzij moeten leggen omdat het lijkt alsof ze platgewalst worden, met mokerslagen bewerkt. Maar dat is eigen aan dit onderwerp, toch? Ik kan het niet hebben over excessen zonder te tonen wat het effect van excessen is. Leg bij Fnac een boek met als titel Wat er echt gebeurde in de kelder van Dutroux naast De ondergang van het denken en iedereen kan wel voorspellen welk boek het meest zal worden opgepakt. Penissen, borsten en vagina’s doen het nog steeds erg goed. Zeker als je als kijker kunt doen alsof het je daarom niet te doen is. Naar De matroesjka’s kijken op de tv omdat het een aanklacht is en omdat er goed geacteerd wordt, zoiets.”
U hebt een heel eigen techniek ontwikkeld om gruwel op te roepen zonder hem te tonen.

“Als ik iets toon, met beelden, beknot ik het meteen voor de lezer. Beschrijf ik dezelfde scène met woorden alleen, dan is het aan de lezer om daar ‘een beeld’ bij te bedenken. De wreedheid die ik hier beschrijf wordt verschrikkelijker in het hoofd van de lezer omdat het beeld dat de lezer ziet, zijn beeld is, niet het mijne. Daarom ook vertel ik niet alles. Het vervolg dat jij maakt kan ik in mijn stoutste dromen niet overtroeven. Ook daarover gaat Verder. Ik denk dat dit de kracht is van de beeldroman. Je kunt van twee ruiven eten. In een roman heb je soms twee bladzijden nodig om iets te beschrijven, in een strip niet meer dan één tekeningetje. Maar omgekeerd gebeurt het dat tien tekeningen niets zeggen en met één woord of een zin blaas je de lezer omver. Jeroen Brouwers merkte dat op toen hij Finisterre in handen kreeg.”
Waarschijnlijk zijn er zo veel interpretaties van Verder als er lezers zijn? U vraagt veel van de lezers.

“Dark Asylum van McKean of Mulholland Drive van David Lynch kun je makkelijk meerdere keren bekijken. Over het einde van Claus’ De verwondering zijn thesissen vol geschreven omdat iedereen ‘zijn einde’ blijkt te hebben. Dat is genieten. Maar natuurlijk heeft dat met smaak te maken. Mulholland Drive biedt de toeschouwer geen mooi rechtlijnig verhaaltje met duidelijke plaatjes maar het is wel een unieke filmervaring voor wie zich laat meevoeren door Lynch. In elk geval hebben elke zin en elk beeld in Verder een betekenis. Ook al hoeft mijn betekenis niet jouw betekenis te zijn, als je het mij vraagt. Claus laat de interpretatie van zijn werk graag over aan zijn paladijnen. Laat ik het in mijn geval op ‘de lezer’ houden.”
Was het uw bedoeling uw lezers te choqueren?

“Ik was verrast dat nogal wat mensen zeiden dat ze niet goed werden van Finisterre. Men beweert vaak dat je went aan de gruwel op de tv en misschien is dat ook zo. Een kind met een pop op een puinhoop was ooit verschrikkelijk. Nu zie je hoe de media overwegen om bepaalde gruwelen toch te tonen omdat de kijker die ‘net niet’-beelden beu is en ze enkele minuten later toch gewoon kan bekijken op het internet. Maar als je de gruwel uit die nieuwsuitzending plukt en je brengt hem onder in een boek, bijvoorbeeld, of in een fotoreeks, dan worden de kijkers plots toch weer misselijk. Daarover moet worden nagedacht. Ik zie niet erg veel ethiek meer in het uitzenden van de met een gsm gemaakte beelden van de executie van Saddam. Grenzen worden dagelijks verlegd om velerlei redenen, en met formats waarin bekwame en intelligente mensen verplicht worden om onder hun niveau te presteren, gaan we het tij niet keren, vrees ik. Jan Leyers zou, bij wijze van spreken, een nieuwe reeks Ten huize van moeten maken, geen De zomer.”
In Vlaanderen werken aan een graphic novel wordt niet echt beloond met loon naar werk, denk ik?

“Ik weet meestal niet hoe lang ik aan iets sleutel en maar goed ook want het is inderdaad zeker geen loon naar werk. Aan Verder heb ik alles bij mekaar anderhalf jaar gewerkt. Maar het is een luxe dat ik zulke dingen mag doen. Atlas geeft mij de volledige vrijheid om te maken wat ik wil en hoe ik het wil. Verder is een project dat ik niet gauw door een andere uitgever op deze manier verwezenlijkt zie. Om een klepper van 210 pagina’s full color uit te geven, moet je kloten hebben, want rijk word je daar niet van. Waarom Atlas het toch doet, moet je hen vragen. Ik doe het omdat ik niet anders kan en wil. Als je een podium krijgt kun je dat gebruiken om moppen te staan tappen, maar je kunt ook trachten de mensen iets te vertellen. Als dat kan door hen aan het lachen te brengen is dat fantastisch, maar soms moet je bereid zijn er hard tegenaan te gaan. Boon zei: ‘schop de mensen een geweten’, Youp Van ‘t Hek zegt: ‘hou ze wakker’ en elk op hun manier hebben ze dat geprobeerd. Ik heb daar erg veel respect voor.”
Zien we in Verder iets meer van de donkere kant van Legendre?

“Mijn overtuiging is dat schrijven iets heeft van acteren. Zoals een acteur voor zijn rol in zichzelf op zoek gaat naar dingen die hij of zij kan gebruiken, doet een auteur dat ook. Dat is wat anders dan ‘zijn wat je schrijft’. Het is niet omdat iemand van zijn hoofdpersonage een necrofiel maakt dat ergens in hem een lijkenneuker zou leven. Als ik schrijf word ik het personage dat uit mijn pen kruipt. Dat is vreemd, niet altijd aangenaam want vaak confronterend, maar ik weet niet hoe het anders moet. Toen Finisterre af was, was ik kapot. Toen ik Verder klaar had, was ik opgelucht. Blij dat ik van die man en die vrouw af was. Ik wist niet meer wie ik meer haatte of wie gelijk had. Meestal heb je toch minstens voor één personage sympathie. Deze keer werkte dat niet. Dat de een de ander kapot wil maken, snap ik als geen ander. Eigenlijk had het boek moeten eindigen met een kernbom, alles en iedereen weg. Klaar.”

Op 8 november vindt op de boekenbeurs een themadag plaats gewijd aan de graphic novel. Met onder meer Hanco Kolk, Willy Linthout, Judith Vanistendael, Dick Matena en Marc Legendre. Vanaf 17.30 uur, Themis.
Mekanik Strip en Antwerpen Boekenstad houden in bibliotheek Permeke enkele workshops rond de graphic novel. Het project kreeg de titel ‘Schrijvers zoeken tekenaars zoeken schrijvers’ mee. Lesgevers zijn onder meer Pieter van Oudheusden en Serge Baeken. Info: www.mekanik.be of www.antwerpen.be
Marc Legendre

Tagged with →  
Share →

Geef een reactie

Logo De LijnMet het openbaar vervoer is 't Vlaams Stripcentrum vlot bereikbaar. Klik op de titel of de afbeelding om naar de routeplanner te gaan.
Lidgeld betalen online? Het kan hier.

Lidgeld betalen online? Het kan hier.