Eendracht maakt Smurf

Vijftig jaar nadat ze voor het eerst hun opwachting maakten in het weekblad Robbedoes, zijn de Smurfen uitgegroeid tot de bekendste Europese stripfiguren ter wereld. Die bekendheid mag dan al te danken zijn aan de verspreiding van bijna 300 tekenfilms “made in California”, de populariteit van de kleine blauwe mannetjes van Peyo heeft een veel groter draagvlak dan hun aanwezigheid in de tv-programma’s van de vijf continenten alleen.

Peyo ontplooide zijn vaardigheden in eerste instantie in het stripverhaal. Als tekenaar werd hij door zijn collega’s bewonderd om de uitzonderlijke toegankelijkheid van zijn stijl. Hij was een geboren verteller met veel gevoel voor humor en een meer dan gewone belangstelling voor fabels. In zijn eerste stripreeks zette hij een middeleeuwse feodale wereld in scène, een legendarisch tijdperk waarin kleine krijgsheren, heksen en tovenaars de plak zwaaiden. De lezers raakten onmiddellijk in de ban van de poëzie en de grappen van Johan en Pirrewiet. In het negende nummer van de reeks, De wonderfluit, kreeg Peyo dan de inval een magische fluit te laten maken door kleine, vreemde mannetjes uit een andere dan de mensenwereld: de Smurfen.

Wie zijn ze, die guitige mannetjes, in hun schijnbaar perfect georganiseerde wereldje? Ze wonen ver van hier, in het Onzalige land, in een klein dorp waarvan de toegang angstvallig wordt geheimgehouden. Ze communiceren in een taaltje dat alleen door ingewijden wordt begrepen. Hun zinsconstructies spelen trouwens een belangrijke rol in de verspreiding van hun succes. Op afstand lijken ze allemaal op elkaar. Toch zijn ze allemaal anders: werkers of luilakken, moraalridders of grappenmakers. En die verschillen kleuren de verhalen… als ze deze al niet teweegbrengen. Hun gemeenschap bestaat uit een verzameling individuen.

Volgens hun schepper zelf zijn de Smurfen drie appels hoog. Dat volstaat ruimschoots om te begrijpen dat ze in de natuur voortdurend in gevaar zijn. Toch vloeien de penibele situaties waarin ze soms verzeilen grotendeels voort uit hun relaties met de mensen. Tovenaar Gargamel symboliseert de duistere kant van de mensheid en als de Smurfen het nog maar wagen de mensenwereld na te apen, schudt het dorp al op zijn funderingen. Op hun fysieke kracht kunnen ze niet rekenen, op een buitengewone intelligentie al evenmin, alleen onderlinge solidariteit kan hen redden.

De tentoonstelling Eendracht maakt smurf, georganiseerd door het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal naar aanleiding van de 50e verjaardag van de Smurfen, toont uitzonderlijke documenten, uitgeleend door de familie van Peyo. Ze wil laten zien hoe het werk van een reus van het stripverhaal – een echte smeltkroes van helderheid, zuiverheid, efficiëntie en eerlijkheid – aansluit bij dat van de fabeldichters van toen.

Jean Auquier

De hoofdstukken van de tentoonstelling

Er was eens in het Onzalige land…

“In tegenstelling tot de vaak boosaardige dwergen uit de volkslegenden, de zogeheten kobolden en trollen, moesten die van mij aardig en vriendelijk zijn. De Smurfen zijn in feite geen helden. Ze vormen een gemeenschap waar het goed leven is. Iedereen werkt er voor zijn plezier. De principes vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid worden er in de praktijk gebracht.” (Peyo)

Er was eens, aan de andere kant van de bergen en de bossen, een plek die het Onzalige land werd genoemd. De bewoners zijn er piepklein en wonen in paddenstoelenhuisjes. Ze spreken een voor dat fabelachtige tijdperk onbekende en moeilijk te ontcijferen taal. Ze leven vreedzaam samen, ook al zijn er wel eens strubbelingen. Het zijn echte smulpapen, ze lachen graag. Elkaar beetnemen versterkt de groepsgeest… ook al zijn er, zoals in elke gemeenschap, stille in zichzelf gekeerde exemplaren en luidruchtige, overheersende figuren. Het rustige evenwicht ontaardt trouwens snel in een onontwarbaar kluwen als er een vrouwelijk schepsel op hun dorp wordt losgelaten. In feite zijn het in hun hart kinderen gebleven, ook al zijn ze allemaal 100 jaar, behalve de Grote Smurf, die vorige lente 542 kaarsjes heeft uitgeblazen.

Allemaal gelijk en toch anders

“Als we naar een menigte kijken, hebben we de indruk van een zekere eenvormigheid. Maar als we erop inzoomen, merken we dat sommigen een snor hebben en anderen een bril dragen. Het is het geheel van al die persoonlijkheden en karakters dat de menigte vormt. Hetzelfde geldt voor de Smurfen. Ze zijn allemaal gelijk, maar toch zijn ze verschillend.” (Peyo)

Schijn bedriegt, want de Smurfen zijn geen verwisselbare elementen van een groter geheel. Hoewel hun samenleving op het eerste gezicht ideaal lijkt te zijn, een maatschappij waarvan de utopisten al dromen sinds de dageraad der tijden, bestaat de gemeenschap van de Smurfen uit allemaal individuen met persoonlijke smaken, verlangens en kwaliteiten. Toegegeven, afgezien van een brilletje of een functiegebonden attribuut zijn de verschillen miniem. Maar er is geen vergissing mogelijk: alle Smurfen zijn uniek. Ze onderscheiden zich door hun karakter of door hun sociale rol. Zonder die verschillen zou er van nuances, van een verhaal geen sprake zijn. Het is trouwens bij het bedenken van een nieuw verhaal dat de auteur nieuwe Smurfen creëert, die anders zijn dan hun soortgenoten.

Gargamel en de mensenwereld

“We vinden bij de Smurfen diverse kleine kantjes uit onze eigen samenleving terug. Soms is het een karikatuur van de wereld van de volwassenen. Doordat ik dwergen ten tonele voer en hen een eigen taal laat spreken, kan ik probleemloos verwijzen naar gebeurtenissen uit het verleden of het heden. Een goed verstaander…” (Peyo)

Zoals elk verhaal hebben ook mijn verhalen een slechterik nodig, dacht Peyo. En hij bedacht Gargamel. Deze domme en boosaardige tovenaar zorgt voor de dramatische inkleding van de verhalen en vertegenwoordigt de duistere kant van de mensheid. Hij heeft maar één obsessie: Smurfen vangen om zijn walgelijke soep te brouwen. Hoewel de gebruikelijke schakel tussen de mensen en de Smurfen gevormd wordt door een tovenaar met het profiel van een oude wijze man, Omnibus, zijn de mensen toch meestal een bron van onrust en zorgen. Hun wereld is niet gemaakt voor de Smurfen. Als ze zelf niets uithalen, wordt de samenleving van de Smurfen aangetast door de hunne na te bootsen. Peyo mocht dan al volhouden dat hij niet wou moraliseren of dat hij geen boodschap wou overbrengen, de zinspelingen op de mensenwereld liegen er niet om.

Een dorp van solidaire individuen

“Het klopt dat mijn personages in eerste instantie geen stoere binken zijn. De kracht die ze uitstralen, is niet spontaan. Pirrewiet bijvoorbeeld is het prototype van een plantrekker. En de Smurfen lopen voortdurend gevaar. Hun grote kracht schuilt in hun solidariteit: samen zijn ze sterk. Eendracht maakt smurf!”
Peyo

Als men maar drie appels hoog is, is één appel al een zware last, zelfs voor een potige Smurf. Mensen, dieren, de natuur zelf: overal loert het gevaar. En onderling is het vaak de introductie van een nieuwe rol die rampzalige gevolgen heeft. In dat geval is het verhaal zodanig opgebouwd dat dit nieuwe element ook aan de basis van de oplossing van het conflict en zijn ontknoping ligt. De Smurfen worden vaak gered door de verscheidenheid van hun karakters: bij gevaar draagt de persoonlijkheid van de ene bij tot de redding van de andere. Pas in laatste instantie sluiten zij, vrijwillig, de rangen om een hechte groep te vormen, ongelooflijk efficiënt ondanks de onmiskenbaar anarchistische trekjes die alleen door de Grote Smurf kunnen worden bedwongen.

Wie is Peyo ?

Pierre Culliford werd geboren in Brussel (25 juni 1928) als zoon van een Belgische moeder en een tot Belg genaturaliseerde Engelse vader. Als kind al wordt hij sterk aangetrokken door de verhaaltjes van zijn leider bij de welpjes, door Robin Hood in de bioscoop, door het theater en door de eerste albums van Hergé. Na een moeilijke schooltijd tijdens de oorlogsjaren wordt hij met 16 jaar aangeworven als filmoperator en mag hij met 17 jaar aan de slag in een Brusselse tekenfilmstudio, waar hij tekeningen inkleurt. Hij maakt er kennis met Morris, Franquin en Eddy Paape. Kort daarop gaat de studio op de fles. Hij richt zich vervolgens op de reclame en publiceert links en rechts wat stripverhalen. Op 11 april 1946 ten slotte maakt een nieuwe stripfiguur, Johan, zijn opwachting in het dagblad La Dernière Heure. De auteur tekent met Peyo, een kinderlijke samentrekking van Pierrot. Hij is dan nog altijd geen 18. Zijn personage is een schildknaap of een jonker en leeft in de middeleeuwen. Hij is jong, rijdt paard, klimt in de bomen en maakt jacht op verraders.

Peyo, de fabeldichter

Voor zijn debuut in het weekblad Robbedoes (1952) werkt Peyo de persoonlijkheid van zijn figuur Johan verder uit. Deze schildknaap leeft in een even wonderbaarlijk als van fantasie doordrongen feodaal koninkrijk. Hij krijgt er snel het gezelschap van de grappige Pirrewiet, een excentrieke maar vreesachtige minstreel annex smulpaap, die bij het minste gevaar op de vlucht slaat. Samen beleven ze heldhaftige, knotsgekke en… poëtische avonturen. Ze vechten, werken en feesten in een wereld vol magie, bevolkt door heksen, tovenaars en na enige tijd (1958) blauwe dwergen, ook wel Smurfen genoemd. De manier waarop ze zich uitdrukken, draagt enorm bij tot hun populariteit. Enkele dagen eerder had Peyo zijn vriend Franquin onder het eten gevraagd: “Peux-tu me passer la… schtroumpf?” (“Kan je me de… smurf geven?” ) terwijl hij naar het zoutvaatje wees. Franquin had geantwoord: “Tiens, je te la schtroumpfe” (“Alsjeblieft, ik smurf het je.”)  Een jaar na hun eerste optreden groeiden de Smurfen uit tot volwaardige helden. Na het succes van de microstrips in Robbedoes werden hun avonturen gebundeld in albums, en zag een eerste reeks tekenfilms het licht.

Een echte verteller

Overdag, ‘s nachts, met vakantie: altijd en overal doet Peyo ideeën op, die hij onmiddellijk noteert. De tekeningen komen later. De lezers van Johan en Pirrewiet en van de Smurfen kennen hem als een begenadigd verteller en zo komt hij nog maar eens voor de dag bij de creatie van een nieuw personage, Steven Sterk (1960). Steven is een jongen als alle andere, vlijtig, beleefd en vriendelijk. Hij woont in Blijdenburg, een rustig dorpje waar alles peis en vree is. Alleen is hij begiftigd met een vreemde eigenschap, een bovenmenselijke kracht… behalve dan als hij verkouden is. Uitgerekend op de ogenblikken dat hij zijn kracht maar al te goed zou kunnen gebruiken, wordt hij natuurlijk achtervolgd door verraderlijke tocht. Steven krijgt weldra het gezelschap van een nieuwe en originele figuur, mevrouw Adolphine, die een dubbelganger heeft: een robot die gespecialiseerd is in bankovervallen! De auteur neemt zijn lezers graag mee van de echte naar de denkbeeldige wereld. In die periode werkt hij ook aan het scenario van een andere reeks, Jakke en Silvester (1961), die wordt getekend door een opeenvolging van verschillende tekenaars.

Een tekenaar die zijn regel van drie kent

Eenvoud, toegankelijkheid, efficiëntie! Deze regel van drie ligt samen met zijn verteltalent aan de basis van zijn succes. Als ik een van zijn prenten op drie meter afstand bekijk, vertelt Franquin, zie ik het essentiële. Peyo tekent met vaste hand en gaat recht op zijn doel af. Met zijn afgeronde stijl beheerst hij de kunst om de werkelijkheid en de diepere dimensie van de dingen weer te geven, wat bijdraagt tot de geloofwaardigheid van zijn verhalen. En toch tekent Peyo niet met hetzelfde gemak als zijn vriend Franquin. Overstelpt door werk omringt hij zich geleidelijk met medewerkers. Aan het begin van de jaren 1960 installeert hij thuis een volledige studio. Naast de 16-jarige François Walthéry zijn tal van jonge talenten er kind aan huis: Gos, Derib, De Gieter, Wasterlain, Blesteau, Benn, Matagne, Desorgher, Maury… Trots geeft Peyo zijn kennis en kunde door. Perfectionistisch als hij is, deinst hij er niet voor terug elk vakje te laten hertekenen tot de textuur, ronding en schaal van de voorwerpen precies juist aanvoelen.

De Smurfen veroveren de wereld

De Smurfen groeien uit tot echte vedetten en veroveren nieuwe horizonten. Kellog’s stopt de figuurtjes in zijn cornflakeverpakkingen en lanceert de rage van de plastic Smurfen. De vraag stijgt exponentieel en Peyo besteedt steeds meer tijd aan het in goede banen leiden van al dat enthousiasme. De volgende fase is de productie van de bioscoopfilm “De fluit met zes Smurfen” (Belvision, 1975). Peyo houdt toezicht op alle stappen. Voor het storyboard alleen al maakt hij 1.232 tekeningen. De film wordt een hit en de faam van de Smurfen bereikt een nieuw hoogtepunt. Wanneer hij merkt dat zijn kleindochter helemaal weg is van haar nieuwe blauwe knuffel, bestelt de grote baas van NBC in New York een reeks tv-tekenfilms (Hanna-Barbera, 1981). In negen jaar tijd worden er 272 afleveringen ingeblikt. Het werk van de Amerikaanse scenaristen wordt op de voet gevolgd door Peyo en Yvan Delporte. Vanaf dan zijn de Smurfen niet meer weg te branden van de tv-schermen in heel de wereld, van Brazilië tot Japan en van de VS tot Gabon.

Wordt vervolgd

De tv-uitzendingen van de smurfenfilmpjes in heel de wereld hebben het lot van de blauwe dwergen, die Peyo zo nauw aan het hart lagen, grondig veranderd. De auteur bestudeert de contracten, discussieert met advocaten, onderhandelt over licentieaanvragen, weigert alles wat het imago en de kwaliteit van zijn werk zou kunnen schaden. En uiteindelijk laat hij zich bijstaan. Zijn zoon Thierry neemt het beheer van studio Cartoon Creations (1984) voor zijn rekening en zijn dochter Véronique leidt het merchandisingbureau IMPS. Ooit, zo zegt men, zullen zij beslissen over het lot van de Smurfen. In het najaar van 1992 publiceert Lombard, de toenmalige uitgever van het werk van Peyo, een nieuw album. “De Geldsmurf” wordt met veel tromgeroffel gelanceerd. Peyo woont alle promovergaderingen bij. Toch maakt hij zich zorgen: hoe zullen de mensen reageren op dit nieuwe verhaal? Het bezorgt hem slapeloze nachten. Alles verloopt goed, maar Peyo de tovenaar is uitgeput. Op kerstavond wordt hij het slachtoffer van een hartaanval. Het uur van de kinderen is aangebroken.

Smurfen, Dardasim en Sanafir

Op de vijf continenten wordt hun silhouet in een oogopslag herkend. Alleen hun naam verandert. Ze heten Schtroumpf in het Frans en het Roemeens, Estrumpfe in het Portugees, Smurf in het Nederlands en het Engels, Schlümpf in het Duits, Puffo in het Italiaans, Pitufo in het Spaans, Barrufet in het Catalaans, Smolf in het Deens en het Noors, Smurfii in het Fins, Smurfie in het Afrikaans, Strump in het IJslands, Strunf in het Braziliaans, Lan-Shin-Ling in het Chinees, Torpikek in het Hongaars, Sumafu in het Japans, Dardasim in het Hebreeuws, Sanfour in het enkelvoud en Sanafir in het meervoud in het Arabisch, Xi Trum in het Vietnamees… Hun avonturen worden vertaald in 25 talen. Tot nog toe zijn er meer dan 1.300 verschillende kunststof figuurtjes gemaakt en zijn er meer dan 300 miljoen verkocht. Ruim 3.000 voedingsproducten, school- en huishoudartikelen, kleren, juwelen, speelgoed en zelfs drogisterijproducten pakken uit met een Smurf op de verpakking. Bijna één miljoen knuffels wachten op hun jonge eigenaars op hun kinderbedden.

Smurfige verjaardag!

Vijftig jaar na hun debuut vieren de blauwe dwergen feest in heel Europa. Van februari tot oktober doen de Smurfen een twintigtal Europese steden aan. Een reizende tentoonstelling over de geschiedenis van de kleine blauwe mannetjes trekt van stad naar stad. Boven de pleisterplaats wordt een Smurfenzeppelin opgelaten en de straten worden ingenomen door duizenden kleine beeldjes, drie appels hoog. Klein en groot zal vervolgens worden gevraagd die beeldjes te personaliseren. De creatiefsten worden beloond. De kinderen van Peyo hebben zich voor de gelegenheid geassocieerd met UNICEF, waarvoor er in het najaar een veilingverkoop is geprogrammeerd. Is er, voor wie vertrouwd is met de universele waarden waarvan het werk van Peyo doordrongen is, iets vanzelfsprekenders dan Smurfen die UNICEF helpen bij zijn educatieve taak?

J.A.

Eendracht maakt Smurf

Een tentoonstelling van het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal,
Met de steun van IMPS,
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Nationale Loterij.

Concept en teksten: Jean Auquier
Beheer originelen, research documenten, legenden: JC De La Royère
Scenografie: Didier Geirnaert
Grafische vormgeving: Pierre Saysouk
Reproducties, originele illustraties: Studio Peyo, IMPS
Realisatie: Didier Geirnaert, Michael Kuypers en het team van het BCB
Vertaling: Language Selection

Speciale dank voor : Nine, Thierry en Véronique Culliford,
José Grandmont en de studio Peyo, Philippe Capart en Philippe Mouvet.

Tagged with →  
Share →

Geef een reactie

Logo De LijnMet het openbaar vervoer is 't Vlaams Stripcentrum vlot bereikbaar. Klik op de titel of de afbeelding om naar de routeplanner te gaan.
Lidgeld betalen online? Het kan hier.

Lidgeld betalen online? Het kan hier.